Blauwgrasland













Blauwgrasland

Blauwe zegge (Carex panicea)

Blauwe zegge (Carex panicea)

Syntaxonomische indeling
















Klasse:

Molinio-Arrhenatheretea (Matig voedselrijke graslanden)

Orde:
Molinietalia

Verbond:
Junco-Molinion


Associatie

Cirsio dissecti-Molinietum
Westhoff, Dijk & Passchier, 1942

Blauwgrasland (Cirsio dissecti-Molinietum) is een associatie uit de klasse van de matig voedselrijke graslanden, een bijzonder soortenrijke plantengemeenschap van schraal nat grasland dat voorkomt op voedselarme, natte gronden, overwegend in beekdalen en laagvenen. De bodem mag noch te voedselrijk, noch te zuur zijn.




Inhoud






  • 1 Verspreiding en voorkomen


  • 2 Naamgeving, etymologie en codering


  • 3 Vegetatie


  • 4 Soortensamenstelling


    • 4.1 Boomlaag


    • 4.2 Struiklaag


    • 4.3 Kruidlaag


    • 4.4 Fauna


    • 4.5 Moslaag




  • 5 Zie ook





Verspreiding en voorkomen


In het verleden waren er in de Nederlandse laagveengebieden, maar ook in (of vaker aan de randen van) de beekdalen van de zandprovincies grote oppervlakten blauwgrasland. Er wordt geschat dat er in het begin van de twintigste eeuw in Nederland ca. 30.000 hectare blauwgrasland voorkwam.[1] Door wat toen als 'kwaliteitsverbetering' gezien werd, zoals het gebruik van kunstmest, verlaging van de grondwaterstand en ook wel door verzuring is er nog maar heel weinig van dit vegetatietype bewaard gebleven. Eigenlijk rest er in 2016 nog slechts ca. 30 hectare[1], hoewel men sommige gedegenereerde blauwgraslanden nog hoopt te kunnen herstellen. Alle blauwgraslanden liggen tegenwoordig in natuurreservaten. In 2016 probeert Natuurmonumenten ten zuiden van Den Bosch ca. 100 hectare blauwgrasland te herstellen.[1] In het ook in de omgeving van Den Bosch gelegen natuurgebied De Moerputten bestaan nog kleine gedeelten blauwgrasland.



Naamgeving, etymologie en codering



  • Syntaxoncode (Nederland): 16Aa1

De naam Cirsio dissecti-Molinietum is afgeleid van de wetenschappelijke namen van twee kensoorten binnen de associatie, de spaanse ruiter (Cirsium dissectum) en het pijpenstrootje (Molinia caerulea).


Volgens de overlevering, mogelijk afkomstig van de bekende vegetatiekundige Victor Westhoff, is de term blauwgrasland terug te voeren op de blauwachtig gekleurde grassen die er groeien. Hoewel er onloochenbaar verschillende duidelijk blauwachtige soorten voorkomen, is die kleur ook bij kerngezonde blauwgraslanden maar zelden over grotere oppervlakken te ontdekken. Er zou ook sprake kunnen zijn van een historisch gegroeide vergissing. In sommige dialecten wordt het woord 'blauw' behalve voor de kleur namelijk ook gebruikt in de betekenis van 'kwalitatief minderwaardig', zoals in de uitdrukking 'een blauwe maandag'. Het zou een zinnige verklaring zijn omdat het nadrukkelijk een type schraal-land betreft.



Vegetatie


De vegetatie kan gelijkenis vertonen met die van heischrale graslanden, natte heiden en/of kleine-zeggemoerassen.



Soortensamenstelling


Belangrijke soorten zijn blauwe zegge en pijpenstrootje, maar ook borstelgras, tandjesgras en witbol komen hier voor. In blauwgraslanden kunnen verder opvallend veel zeldzame plantensoorten voorkomen (al dan niet van de rode lijst) zoals parnassia, blauwe knoop, moerasviooltje, dopheide, zonnedauw, spaanse ruiter, melkeppe, gewone vleugeltjesbloem, heidekartelblad, klokjesgentiaan, veenpluis, wilde gagel, welriekende nachtorchis en gevlekte orchis.


De associatie heeft voor België en Nederland als belangrijkste soorten:




Boomlaag


Geen soorten



Struiklaag


Geen soorten



Kruidlaag




































































































































































































































Kensoort

Diff.soort

Abundantie
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Opmerking
kA

D

Spaanse ruiter

Cirsium dissectum

kA

D

Blauwe zegge

Carex panicea

kA

A

Blonde zegge

Carex hostiana

kA

A

Vlozegge

Carex pulicaris

kA

F


Cirsium ×forsteri
hybride Spaanse ruiter × Kale jonker
kA

O

Klein glidkruid

Scutellaria minor

kV

A

Blauwe knoop

Succisa pratensis

kV

A

Biezenknoppen

Juncus conglomeratus

kV

O

Melkviooltje

Viola persicifolia

kO

A

Kale jonker

Cirsium palustre

kO

A

Kleine valeriaan

Valeriana dioica

kO

A

Ruw walstro

Galium uliginosum

kO

A

Veelbloemige veldbies

Luzula multiflora

kA

F

Wilde bertram

Achillea ptarmica

kA

F

Lidrus

Equisetum palustre

kA

F

Gewone engelwortel

Angelica sylvestris

kK

A

Gestreepte witbol

Holcus lanatus

kK

A

Scherpe boterbloem

Ranunculus acris

kK

A

Knoopkruid

Centaurea jacea

kK

A

Gewone brunel

Prunella vulgaris

kK

F

Pinksterbloem

Cardamine pratensis

kK

F

Veldzuring

Rumex acetosa

kK

O

Grote pimpernel

Sanguisorba officinalis

kK

O

Vogelwikke

Vicia cracca

kK

O

Rode klaver

Trifolium pratense

kK

O

Beemdlangbloem

Festuca pratensis

kK

O

Gewone hoornbloem

Cerastium fontanum



Fauna



Als fauna komen in blauwgrasland voor de vlinder pimpernelblauwtje, de moerassteekmieren, de vogels veldleeuwerik, gele kwikstaart, rietgors en kwartelkoning.[1]




Boompjesmos



Moslaag




























Kensoort

Diff.soort

Abundantie
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Opmerking
kO

F

Boompjesmos

Climacium dendroides

kK

F

Gewoon haakmos

Rhytidiadelphus squarrosus



Zie ook



  • Grasland

  • Made (hooiland)

  • Meers (toponiem)





Popular posts from this blog

Floris Gerts

Gregoriusmis

Lijst van personen overleden op 24 maart